rio verde Het zijn Britten, obviously, de enige levende wezens die we vandaag tegen zullen komen. De Spanjaarden weten wel beter dan in dit weer te gaan wandelen in de bergen. Morgen schijnt immers de zon weer én trouwens tegen een strakblauwe lucht komen de foto’s ook veel beter uit.

Conform de weersvoorspelling miezert het, afgewisseld met een stevige plensbui in de vallei van de Río Verde. Het pad kronkelt steil naar beneden, bij elke bocht verandert het landschap van kleur, vorm en diepte. Hoewel het dal genoemd is naar de groene rivier die het gebied doorkruist had het ook het rozemarijn reservaat genoemd kunnen worden. De planten groeien en bloeien alsof hun laatste uur geslagen heeft.

Vallei rio verde

Het gebied tussen Almuñecar en Alhama de Granada staat bekend om zijn honing die smaakt naar dit kruid. De geur wekt associaties op met in honing geglaceerde lamsboutjes. Het enige teken uit het dierenrijk dat we vandaag zullen zien zijn echter geitenkeutels. De producenten hiervan houden zich schuil, net als de vogels, zelfs geen insect te zien. Op de cocon van de processierups na dan, gelukkig voor ons houdt dit beestje ook niet van regen want hij blijft lekker binnen vandaag.

In het dal klatert een waterval genoemd naar de versteende bomen hierin (la Cascada de los Árboles Petrificados), omringd door  groene poeltjes. Normaal gesproken zouden deze verleidelijk lonken voor een duik, maar vreemd genoeg toch al doorweekt van de aanhoudende neerslag is dit een minder aanlokkelijk idee. Tijd voor een hapje en een drankje. Het blijft regenen. Kinderen en honden staan te bibberen in de kou. Dus door gaan we. Onafgebroken, berg op en weer af naar de volgende waterval. Ook mooi, verder. Een foto en door. Blijven bewegen. Het pad gaat omhoog, stijl, nog even doorstappen. Tot dat het weer omlaag gaat, hoe kan dat nou? We zijn inmiddels drie en een half uur onderweg. De duur van de wandeling zoals deze aan het begin aangegeven stond. Weer een waterval en een bord. Ha! Fin de sendero…. Einde van het wandelpad. Nee…

Er zit niets anders op, we moeten terug. Berg op, af, op, af en weer op. Na zeven uur ononderbroken lopen is eindelijk het begin van het einde in zicht. Reeds lang vergeten spieren in mijn kont, knieën en voeten keren kreunend en piepend terug in mijn herinnering. Hoewel bij elke bocht het einddoel nabij lijkt, blijkt het elke keer weer gezichtsbedrog. De spierrevolte heeft nog een lange en kronkelende weg te gaan. Verder, totdat op het laatst de zon nog een laatste pesterijtje in petto heeft. Ze komt tevoorschijn, en passant een besneeuwde bergrug onthullend. Het is droog, eindelijk en ja we zijn terug bij de auto.

Dit blog volgen

[wysija_form id=”7″]

error:

Pin It on Pinterest

Share This