Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel. Ze verstoppen zich in het zicht van de vele toeristen die Malaga aandoen; onder de bomen van Plaza de la Merced, achter de puinhopen van Baños del Carmen, in de krochten van het vliegveld of onder een van de vele bruggen over de Guadalhorce.

Zwervers, dronkaards, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en armen klonteren samen in het afvoerputje van deze stad.

Daklozen in Malaga

Net als aan de top van de Spaanse apenrots, zijn ook aan de onderkant van de maatschappij de mannen oververtegenwoordigd. In Malaga is 82% van de daklozen van het mannelijke geslacht (bron), waarvan ruim 40% uit Spanje komt, de rest is immigrant (22% EU en 35% buiten de EU).

Een kwart van de daklozen is verslaafd, meer dan tien procent heeft problemen met de gezondheid en een zelfde aantal psychische klachten. Anderen hebben simpelweg de pech om arm te zijn, zoals een 65+’er in Spanje, die recht heeft op een (minimum) staatspensioen van 365 euro per maand. Net genoeg om van te leven, maar te weinig om van rond te komen. Het lijkt niet best gesteld te zijn met deze mannen.

Bij de zwervende vrouwen speelt andere problematiek, ze zijn behalve ziek, zwak en misselijk, mishandeld of (onvrijwillig) in de prostitutie beland. In dit afvoerputje zitten echter niet alleen de reguliere pechvogels en kanslozen.

Problematiek

Een substantieel deel van de daklozen is hoog opgeleid (volgens Rosa, directeur Centro de Acogida Municipal), juristen, medici, voormalige ambtenaren. Kortom mensen die hun leven op de rol lijken te hebben, ontsporen door: een verslaving, het plotseling wegvallen van een sociaal netwerk, trauma, het verlies van hun baan of psychiatrische problemen.

Met andere woorden, volgens Rosa kan dit iedereen overkomen.

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel. Verschillende van de mannen, die ik op mijn zwerftochten door de stad tegenkom, lijken ondanks de ongetwijfeld weinig rooskleurige situatie waarin ze verkeren, vrede te hebben met hun omstandigheden.

Zo ook, Asis, José en de Italiaanse Antonio.  Zij hebben hebben al hun aardse bezittingen uitgestald achter de Baños del Carmen. Of ik een foto van hen wil maken? Zongebruind, in schone kleren en maar een beetje dronken, lijken ze tamelijk onschuldig. Toe maar, ik ben de beroerdste niet.

Ondertussen waarschuwen ze me voor de ladrones (dieven) die hier rondlopen. Voor hen hoef ik niet bang te zijn. Nee, José is tevreden, hij heeft net porro gerookt en aangezien ik uit de wiethoofdstad van Europa kom – want Nederlandse dus uit Amsterdam – ben ik oké.

Slapen doen ze onder de sterren en als het regent dan worden ze nat. Zolang ze kunnen ‘roken’ en hun drankje kunnen drinken, is het leven zo slecht nog niet. Ik kan me er iets bij voorstellen. Als je dan toch dakloos bent, dan zou ik dat liever in een stad zijn waar 300 dagen per jaar de zon schijnt, dan in bijvoorbeeld het verre oosten van Rusland waar de temperaturen rond de dertig graden onder nul zakken.

 

Daklozenopvang

Sterker nog, ik zou ook naar Malaga vertrekken, want de gemeente zorgt goed voor haar clochards.

Puerta Única is het aanspreekpunt voor daklozen, een centrale samenwerkingsorganisatie opgezet door lokale liefdadigheidsinstellingen en de gemeente. Hier kom je als je niets meer te verliezen hebt, soms vrijwillig, andere keren onder zachte dwang van de politie. Het centrum zorg voor: ‘bed, bad en brood’. Binnen de stad zijn 334 slaapplaatsen, verdeeld over acht locaties. Één van de centra, in de buurt van het centraal station, heeft bovendien een wasserette en deelt kleren uit. Drie maal daags kun je bij de soepkeuken terecht voor een maaltijd.

De regels van de opvang zijn streng, want er is een behoorlijke wachtlijst. Om tien uur ’s avonds gaan de deuren dicht, wie dan nog niet in bed ligt heeft pech. Als je twee keer, zonder toestemming van de maatschappelijk werker, niet komt opdagen ben je je plekje kwijt. Dronken of stoned kom je er niet in.

Voor sommigen komen de muren letterlijk op hen af, zij slapen liever buiten in de open nacht. Zoals Damien, volgens eigen zeggen een Colombiaanse buitenechtelijke zoon van een Malagueño politicus. Hij is diabeticus, door zijn suikerziekte heeft hij aan beide voeten gangreen gekregen. Nu kan hij alleen nog maar met stokken lopen. Niemand wil hem een baan geven, zijn Malagueña familia wil niets met hem te maken hebben. Eerst sliep hij in het opvangcentrum, nu in zijn auto. Hij komt hier om te eten, te douchen en voor gezelschap.

Maatschappelijk werk

Het personeel van het centrum zoals de dames in de keuken, de wasserette en de kledinguitgifte tonen compassie met hun haveloze klandizie. Ja, er zijn veel problemen bij de opvang. Inderdaad, het werk kan af en toe vies zijn en soms ronduit gevaarlijk als een klant dronken is of een psychose heeft. Daarom is er 24 uur per dag politiebewaking en zitten er op verschillende plaatsen paniekknoppen. Maar die hoeven ze eigenlijk nooit te gebruiken. Ze doen het werk graag.

Ana en Maria zijn twee bevlogen maatschappelijk werksters, ze helpen de daklozen naar een eigen kamer, of als dat niet kan een verslavingscentrum, bejaardenhuis of psychiatrische instelling. Want de opvang in dit centrum is als tijdelijk bedoeld, toch zijn er cliënten,  die bij gebrek aan alternatief, al meer dan een jaar van de diensten gebruik maken.

De Schotse Margareth is zo’n voorbeeld, zij woont al ruim 21 jaar in Malaga, is bejaard en geestelijk niet helemaal goed,  ze heeft geen familie meer, geen netwerk en spreekt nauwelijks Spaans. Haar dagen vult ze in de ‘sociale werkplaats’ van het centrum, aandacht van mij is een welkome aanvulling op een dodelijk saaie dag.

Ja, zegt Ana, ze doet dit al jaren en nee, ze zou geen andere baan willen. Op mijn vraag of het ze ook wel eens lukt om iemand uit de goot te halen en terug op het rechte burgerpad te brengen, antwoorden zowel Ana als Maria in eerste instantie enthousiast ja. Totdat ik doorvraag, nee eigenlijk niet.

Af en toe lukt het om iemand weer in een regulier leven te krijgen, maar dat is meestal maar voor eventjes. Op een gegeven moment gaat het toch weer mis. Ik zou er depressief van worden, die draaideurklanten, zij niet. Ze doen dit werk om het leven van de daklozen beter te maken, en ook al lukt dat soms maar voor eventjes, dan is dat leven toch beter dan dat ze zonder hun hulp hadden gehad.

Soms, ook al zie je niet, is het glas halfvol.

Volg dit blog

Reist u mee?

Maximaal 1 x per week stel ik 593 abonnees op de hoogte van mijn laatste reisnieuws.

Gegarandeerd subjectief, hopelijk inspirerend.


Pin It on Pinterest

Share This