Er zijn van die dagen dat ik vind dat ‘de mens’ het verdient om uit te sterven. Zoals we met elkaar en met onze planeet omgaan, daar lusten de honden geen brood van.

Milieuvervuiling, vreemdelingenhaat, kindermishandeling, etnische zuiveringen, klimaatverandering.

Trump!

 

Picture by Jon Martin

Baron Hotel. picture Jon Martin

 

We laten het met zijn allen stilzwijgend gebeuren, want belangrijkere dingen vragen de aandacht: een stedentrip naar Barcelona, Heel Holland Bakt is op TV of Ajax moet tegen Feyenoord spelen. Serieus, een flinke Spaanse griep, met als gevolg een decimering van de wereldbevolking zou onze aardbol beslist een betere plek maken, al was het maar voor het milieu.

Natuurlijk wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Ook ik jaag het volgende pleziertje na, maar af en toe grijpt het universum me bij de strot en dwingt me om stil te staan bij het ver van mijn bed gebeuren al is het maar omdat andermans ellende wel erg dicht in de buurt komt.

De belegering van Aleppo

Vorige week – tijdens de belegering van Aleppo, de stad die kon bogen op één van de mooiste souqs van het midden-oosten, de stad die ooit het einde van de zijderoute markeerde, de stad waar Agatha Christie in het Baron Hotel Murder on the Orient Express schreef – maakte ik in café Damascus een praatje met een zestienjarige tiener.

Een vrolijke vriendelijke jongen, ondanks dat zijn gezicht voor altijd getekend is door een kogel die hem raakte tijdens zijn vlucht tweeëneenhalf jaar geleden uit het Syrische Hama.

 

 

Hij zal een jaar of twaalf geweest zijn toen de burgeroorlog in zijn land in volle ernst op gang kwam. Net zo oud als mijn jongste kind nu is, ook een vrolijke jongen, wiens belangrijkste zorg de spoedige aanschaf van het nieuwste Nintendo-spelletje is en nu bijna net zo oud als mijn oudste in Damascus geboren zoon.

Mijn kinderen zitten thuis, veilig bij hun vader op de bank terwijl ik in café Damascus (aka Cambrinus) naar Arabische klanken luister.

Café Damascus

Rezkar en Mahmoud bemannen het podium. Ze hebben elkaar ontmoet in een aielzoekerscentrum. Ze blijken beiden uit Damascus te komen en van muziek te houden. De eigenaar van de kroeg heeft de organisatie van hun eerste publieke optreden in Nederland ter hand genomen.

De toehoorders komen uit Irak, Soedan, Polen, Eritrea en natuurlijk uit Nederland.

Een Horstenaar (denk ik) heeft een lening voor de aankoop van het benodigde keyboard gefinancierd. Een Irakese schone vertaalt voor de muzikanten. En Rezkar eert de cultuur van zijn gastland met een ontroerende vertolking in gebroken Nederlands van onze eigen Guus Meeuwis. Het publiek trekt gul de portemonnee op verzoek van de kroegeigenaar om de keyboardlening af te kunnen betalen.

Tenslotte vraagt de Syrische tiener nog even de aandacht samen met zijn oudere broer voor de winkel die ze begonnen zijn in Horst (Noord-Limburg). Ze verkopen verse groentes en fruit, Arabische producten, Halal vlees en Baklava uit de hemel.

Dit is de Verenigde Naties in het klein, zoals het ooit door de oprichters bedoeld moet zijn. Daar in dat kleine café, in Horst, inderdaad onder de rook van Venlo, de plek waar Wilders groot geworden is, daar werd mijn vertrouwen in de mensheid, althans voor eventjes, weer hersteld.

_________________________________________________________

Dit blog volgen

[wysija_form id=”7″]

 

Pin It on Pinterest

Shares
Share This