Bloggen is hard werk

Wie de schoen past

Voor diegenen die hier via Google gekomen zijn: u kunt gerust weer weg klikken. De enkele lezer die alles wat ik in cyberspace slinger leuk vindt (dag pap), ook voor jou is dit bericht niet relevant.

Mocht u belangstelling voor schoenen hebben, helaas u bent aan het verkeerde webadres. Kortom, dit bericht is voor een heleboel mensen niet interessant.

Voor wie is het dan wel bestemd?

Dit stukje schrijf ik speciaal voor een handjevol lezers, die alles op de voet volgen wat ik schrijf. Fijn, zo’n trouwe schare volgers zult u denken…. Nou nee, dat is het niet.

Want dit stukje is geboren uit frustratie en aangezien ik sinds kort weet dat schrijven therapeutisch werkt (bron), kan het er maar beter uit zijn.

Kijk, wat ik hierboven doe is een bron noemen, met gebruik van hyperlink. Een tekst, een wijsheid, een feitje, ik geef aan waar ik het vandaan haal.

Auteursrecht

En dat beste mensen heeft alles te maken met het auteursrecht:

Auteursrecht is het recht van de maker of een eventuele rechtverkrijgende van een werk van literatuur, wetenschap of kunst om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn werk wordt openbaar gemaakt of verveelvoudigd.

Dit is iets wat blijkbaar moeilijk te begrijpen is voor sommige mensen en dat irriteert.

Natuurlijk, er zijn veel ergere dingen in de wereld, zoals Ebola, de toestand in Libië of het kapsel van Wilders.

Op een schaal 1 tot 10 van ellende, scoort mijn kleine ergernis als -1.

En toch ….

Het zit me dwars.

Ik weet nog precies wanneer de irritaties begonnen, zo rond deze tijd een paar jaar geleden met Mr X van de Y. Hij was de eerste.

Het begon zo:

Ik was al een tijdje aan het bloggen. Iets wat ik doe met heel mijn hart. Ik schrijf over wat ik zie, wat ik meemaak, de mooie en de niet zo mooie dingen in het leven.

Ineens merkte ik dat hij dingen weggaf die niet aan hem waren om te delen. Na een vrij intensieve correspondentie hierover bleek dat hij zich zag als een soort Robin Hood van het internet.

Steel van de artikelrijken, geef aan de tekstarmen (lees zichzelf).

Ik, daarentegen, zie hem meer als de lokale groenteboer die mijn moestuin leeg rooft om zijn winkel te bevoorraden.

Dus waarom is dat erg? Ik kan immers altijd groentes bijhalen.

Wat kost het?

Het schrijven doe ik omdat ik dat leuk vind én omdat ik denk dat iets de moeite waard is om te delen, erover na te denken of er bekendheid aan te geven.

Het is tegelijkertijd een uit de hand gegroeide hobby. Want vergist u zich niet. Het is niet alleen maar leuk:

  • Het reizen, het uit eten gaan, de activiteiten uitvoeren, het transport, voor niets gaat de zon op. Jawel, dat kost geld en ook ik heb ervoor moeten werken om dat te verdienen.
  • Vervolgens ga ik op onderzoek, ik bekijk de bronnen, praat met belanghebbenden, lees boeken en artikelen en niet onbelangrijk maak gebruik van mijn lokale netwerk. Dat kost tijd en we weten allemaal dat tijd geld is.
  • Over tijd gesproken, het schrijven kost heel veel tijd. Een concept, een tweede, een derde, een verhaal ziet vaak een tiende versie voordat het af is. Een stukje schrijven duurt minstens een werkdag en vaak meer dan dat.
  • De foto’s die ik maak, ze worden bewerkt, bekeken, weggegooid en opnieuw gemaakt. Wederom, een karweitje waar al gauw een ochtend mee heen is.
  • Ten slotte, het onderhoud van deze website, ook dat kost geld en tijd.

Tja, hoe kan ik dit nog duidelijker zeggen?

BLOGGEN KOST BLOED, ZWEET EN TRANEN.

Bloggen kost tijd, geld en moeite

Wat brengt het op?

Natuurlijk zou ik het niet doen, als het niet ook wat zou opbrengen.

Op deze eerste plaats dient dit blog voor mij als een virtueel geheugen. Als af en toe een lezer laat weten dat hij geniet van mij stukjes of dat hij op aanraden van mij iets gedaan heeft en dat de moeite waard vond, dan maakt me dat blij.

Een enkele keer word ik uitgenodigd voor een persreis, dan mag ik gratis en voor niets genieten van allerlei mooie en bijzondere dingen of activiteiten. De reden dat ik hiervoor uitgenodigd wordt, is omdat diegene die het organiseert denkt dat hij door mijn site zijn product/bestemming kan promoten. Ik heb een fijn uitstapje, de ‘klant’ aandacht voor zijn ding.

Een win-win situatie.

Het gevolg

U ziet het er misschien niet aan af, maar het schrijven van een stukje is niet iets wat ik er even bij doe. Het resultaat van mijn inspanningen mag u beoordelen.

Natuurlijk is het zeker lang niet altijd perfect, regelmatig sluipt een spelfout of een grammaticale blunder in mijn tekst. Gelukkig zijn er meestal wel lezers die vriendelijk genoeg zijn om mij erop te wijzen (mocht u er nog zijn, dank). Ook de foto’s hebben nog steeds niet de kwaliteit die ik graag zou willen hebben.

Toch groeit het aantal lezers nog steeds, dat motiveert me om door te gaan.

Plagiaat

Wat tegelijkertijd groeit, zijn het aantal mensen die vinden dat wat ik schrijf publiek domein is. Met andere woorden, ze kunnen en mogen ermee doen wat ze willen. Het hele bericht kopiëren, of de persoonlijke dingen eruit halen en met iets aangepaste tekst als eigen werk verkopen. Mr. X. is allang niet meer de enige die het normaal vindt om te jatten.

Ik heb het niet over de enkele B&B die toevallig tegen een artikeltje van mij aanloopt er dat overschrijft omdat het relevant is voor de ligging van het bedrijf.

Soit!

Ook heb ik het niet over mijn collega’s die schrijven over (min of meer) dezelfde onderwerpen als ik. Want ook al bloggen we over dezelfde dingen, dit is altijd gedaan uit een persoonlijke invalshoek, met eigen onderzoek en een eigen mening.

Nee, ik heb het over diegenen die commercieel bezig zijn om hun website te gebruiken om een inkomen te generen en daarbij denken dat ze gebruik kunnen maken van mijn werk. Sommigen zijn zo netjes om het te vragen, sommige zijn fatsoenlijk genoeg om een link naar mijn website te zetten, maar de meesten helaas niet.

Zo kreeg ik onlangs op mijn verzoek om een stuk over mij weg te halen de volgende reactie:

“Zoals je zelf weet staat het internet vol  van je en als je echt gaat zoeken staat er soms alleen – bron: Kosta – hier word je weblog zelf niet genoemd, soms staat er bron:….. zonder link.”

En nee, omdat het internet blijkbaar al vol staat met mijn verhalen die zonder bronvermelding zijn gekopieerd is het niet OK om dat ook te doen.

Fout x Fout ≠ Goed

 

Bronvermelding

Dus voor diegenen die nog over zijn en nu met een ongemakkelijk gevoel in hun buik zitten te lezen; zo moeilijk is het niet. Zet gewoon een paragraaf voor of onder het artikel met bijvoorbeeld de volgende tekst.

“Dit artikel is 90% overgeschreven van de website (hier zet u een link naar die van mij) van Stefania, aangezien ik te lui ben om het benodigde voetwerk te verrichten en geef dat ruiterlijk toe.”

Of, als dit een brug te ver is dan ben ik ook al blij met een bedankje, een bronvermelding en een (do-follow) link terug. Dit wil overigens niet zeggen dat ik het goed vind dat je zoveel mogelijk van mijn site overneemt. Dat is niet zo.

Voor de goed verstaander, hier ben ik overgegaan op tutoyeren aangezien diegenen waar ik dit stukje voor schrijf zo goed bekend zijn met mijn werk, dat ik het gevoel heb dat we wel kunnen jij-en en jouwen. Toch?

Loon naar werken

Mocht je graag een gejat artikel verkopen als dat van jezelf dan kan ik daar ook mee leven als je ervoor betaalt.

Ik stel een vriendenprijsje voor, € 100 per artikel, dat is inclusief sociale lasten en BTW.

Dat komt neer op een uurtarief van € 2,50 tot € 10,00 per uur en dan heb ik niets gerekend voor transport, entree en andere gemaakte kosten. Je krijgt dan een nette factuur, die je van je omzet kunt aftrekken.

Want vergis je zich niet, het is werk.

Deal?

Voor wie de schoen past, trekke hem aan.

 

Kijk en hieronder zie je hoe het geven van credits voor het gebruik maken van de in dit artikel geplaatste foto in de praktijk werkt.

photo credit: el patojo via photopin cc

 

error:

Pin It on Pinterest

Share This