Pijn moet het doen, een beetje. Niet teveel, net genoeg om te merken dat ik leef en liefst gemengd met een vleugje gevaar. Op zoek naar spanning, sensatie en dit alles besprenkeld met vijftig tinten groen gaan we de Vía Verde de la Sierra lopen in de provincie Cádiz.

Verlaten spoorlijnen in Spanje

De route voert door een verlaten heuvelachtig landschap en verschillende tunnels die zijn uitgerust met bewegingssensoren. Zo gauw ze een mens voelen, gaan hup de lampen aan. Maar deze is donker, een van de langere tunnels met een lengte van 354 meter. Dat is redelijk ver in de duisternis. Buiten legt een bordje het uit. De batterijen uit de lampen zijn gestolen. Vandaar dus. Het is een vreemde gewaarwording want aan het einde gloort licht, zoals dat hoort bij tunnels. Hierbinnen is het een geplaveid pad, denk ik. Toch zet ik mijn voeten voorzichtig neer, ik ben voorbereid op alles: een rotsblok op de weg, een plotselinge verschijning, iemand die je uit het niets vastpakt.

 

Cadiz via verde

 

Eenmaal veilig terug in het daglicht wachten stieren op me. Want dit is het land van de Torro Bravo, hier liggen de fokkerijen van de Spaanse vechtstier.

Opgepast stieren!

De dierlijke gladiators zitten achter hekken. Deze gaan ervoor zorgen dat ze binnen de wei blijven, althans dat hoop ik. Voor de zekerheid staan er bordjes, want een gewaarschuwd mens telt voor twee. Een meervoudige persoonlijkheid is wel zo prettig als een geïrriteerde stier besluit te chargeren. Een van mijn ego’s kan hem dan afleiden, terwijl mijn alter ego op zoek gaat naar een veilige plek om te schuilen voor het gevaar op poten.

Mocht dit vluchtplan mislukken dan zit hier in de buurt de grootste kolonie vale gieren van Spanje. Vogels met een spanwijdte van 2.5 meter. Die ruimen enige menselijke restanten dan vast wel netjes op.

Er gebeurt natuurlijk helemaal niets. De wandeling over de voormalige spoorlijn verloopt in alle rust. De beestenboel houdt zich rustig. Alleen begint het nu wel erg laat te worden. De maan komt al op en we zijn nog niet eens aan de terugweg begonnen. Het bonte spectrum van groen gaat langzamerhand over in een paar tinten grijs totdat het verwordt tot een grote vlek zwart. Op deze route is buiten de spaarzaam verlichte tunnels alles donker. Er is geen straatverlichting en in de verste verte zijn geen huizen te zien. Een enkele ster en een klein maantje zijn het enige gezelschap. De onverlichte tunnel heeft nu geen licht meer aan het einde. Donker is hier ook echt pikkedonker.

 

treinstations via verde

Wandelen

Mijn laarzen blijken toch niet zo geschikt voor een lange wandeling. Ze schuren al kilometers lang langs de achterkant van mijn voeten. Blaren! Zo langzamerhand vind ik het eigenlijk helemaal niet meer zo leuk en pijn is toch niet zo fijn. Net als de wanhoop toeslaat doemen twee lampen uit het donker op. Als konijnen gevangen in het licht van de straallampen blijven we stokstijf stilstaan. Het blijkt een gemotoriseerde engel te zijn. Een boer die zijn vee verzorgd heeft is onze redding. We mogen mee in het bakkie van zijn truck. Stuiterend over het zandpad, de nacht bedekkend in stofwolken voel ik dat ik leef.

Via Verde

La Vía Verde (groene weg) in de provincie Cádiz in het zuiden van Spanje is een overblijfsel uit het begin van de vorige eeuw. Een spoorweg met treinstations (die zoals dat tegenwoordig ook weer bon ton is in Spanje) gebouwd is om nooit in gebruik genomen te worden.

Het is 36 kilometer ‘spoor’ die de plaatsen Olvera en Puerto Serrano met elkaar verbindt. Oorspronkelijk was het plan om Jerez met Setenil te verbinden en hierdoor een connectie te maken met de spoorwegen van Granada en Malaga maar door de aanvang van de Spaanse burgeroorlog werd het project nooit voltooid.

Tegenwoordig doet de spoorweg dienst als een toeristisch pad voor ruiters, fietsers en wandelaars. Het is bijna helemaal plat met een kleine stijging van 1%, daardoor is het een van de weinige paden in Andalusië die rolstoelvriendelijk is. Auto’s zijn niet toegestaan op het pad.

 

een jonge stier

 

Het pad loopt langs de oever van de rivieren Guadalete en Guadalporcún, rond het natuurgebied van de Peñon de Zaframagón waar een grote kolonie vale gieren haar thuisbasis heeft. Op de route zijn vijf vervallen treinstations, vier viaducten en dertig tunnels, waarvan de langste 990 meter is.

Hoe en waar eten en slapen

Onderweg zijn er verschillende hotels en restaurants om de vermoeide ledematen te laten rusten. De route leidt langs verschillende typische Spaanse pueblos blancos.

Het is de moeite waard om van te voren bij een van de tourist offices in de dorpjes langs de route binnen te lopen. Deze hebben informatie over het huren van fietsen, paarden kaarten en weten de plekken om te overnachten.

_____________________

Volg dit blog

[wysija_form id=”7″]

 

error:

Pin It on Pinterest